‘Goed werk’

/‘Goed werk’
‘Goed werk’2017-05-19T17:51:31+00:00

Stichting Mondzorg biedt mondzorg aan mensen die niet in staat zijn om zelf goed voor hun eigen mond en gebit te zorgen. Vaak is mobiliteit een probleem voor deze doelgroep, daarom brengen de medewerkers mondzorg naar de mensen toe. De mondzorg-teams zoeken mensen thuis (in een verpleeghuis of psychiatrische instelling) op om zorg te verlenen. Ook heeft Stichting Mondzorg een volwaardige mobiele tandartspraktijk waarmee de tandarts tot aan de voordeur van de instelling kan komen. Daarnaast heeft de organisatie een eigen vaste tandartspraktijk.

ullersmaRemko Ullersma is onder de indruk van Salusys, het programma van Flexdata. “Het is goed werk waar ze mee bezig zijn. Het voorziet echt in een behoefte, want andere programma’s kunnen, voor zover ik het weet, niet met de WLZ-declaratie uit de voeten.”

“De WLZ-declaratie is een handmatig proces en anno 2015 een achterhaald systeem. De formulieren zijn verouderd, want er moeten extra gegevens op vermeld worden. Het is een hoop administratief werk dat tijd kost die je niet aan patiënten kan besteden. Het is ook niet declarabel, want het zijn geen patiënt-gebonden werkzaamheden. Een zzp’er doet dat in de avonduren, wij hebben daar een secretaresse voor die er druk mee is.”

Volgens Ullersma vormt de administratieve rompslomp een drempel voor veel tandartsen om zorg te verlenen aan patiënten in een verpleeghuis. “Ik heb meerdere tandartsen met een reguliere praktijk gesproken, die wilden weten hoe het nou met dat declaratieproces zit. Ik legde dan het proces uit en dan haakten ze af. Wij zijn het inmiddels gewend om ermee om te gaan, maar als je het maar voor een enkele patiënt doet, ben je geneigd om te zeggen: ‘laat die nota maar zitten’.”

En dat is jammer, want ook Ullersma ziet dat het niet goed gesteld is met de mondzorg in verpleeghuizen: “De inspectie heeft dat vorig jaar gecontroleerd en daar kwam uit dat de mondzorg slecht geregeld is. Veel heeft te maken met de beschikbaarheid van tandartsen en zorgkantoren die bepaald niet meewerken. In het declaratieproces kunnen zij heel goed zien waar het wel of niet goed geregeld is. Wij werken met vier zorgkantoren en je wilt niet weten wat wij voor problemen met hen hebben.”

Ullersma verwijt de zorgkantoren vooral te weinig verantwoordelijkheidsgvoel te hebben. “Dat stoort mij echt in bijzondere mate. Waar de zorg zo duidelijk nodig is, waar tandartsen nodig zijn, waar zorgkantoren een zorgplicht hebben, zou je verwachten dat men blij is met de zorg die we leveren. Het tegendeel blijkt waar. Je voelt je vaak gewantrouwd door de zorgkantoren. Alsof je erop uit bent om fraude te plegen.”

Een ander probleem dat Ullersma signaleert is de tijd die het kost om de declaratie te verwerken: “Wij proberen zo snel mogelijk de formulieren in te vullen, daarna moet de zorginstelling het accorderen en het zorgkantoor het nog controleren. Dan ben je een maand verder. Het CAK, dat vervolgens uitbetaalt, heeft in de maand twee betaalmomenten. Zo kost het proces al snel 1,5 tot twee maanden. Ongewild krijg je een liquiditeitsprobleem, gewoonweg omdat het declaratieproces zo traag verloopt.”

Volgens Ullersma wordt er al heel lang door het CAK en Zorgverzekeraars Nederland geprobeerd om het declaratietraject te automatiseren. “Het strandt iedere keer. Telkens weer schuift men het voor zich uit. Ik ben blij dat er nu een automatiseerder is die het ziet zitten.”

Ullersma ziet nog een belangrijke reden voor goede automatisering. “Er is best weinig onderzoek op ons vakgebied. Het zou heel fijn zijn als er een softwarepakket zou zijn, waarmee zorggegevens in een database kunnen worden bewaard voor onderzoek. Als je vervolgens relaties kunt leggen tussen tandheelkundige scores en ziektebeelden, zou ons dat zeker helpen. Met name in de contacten met zorgkantoren, want zorg moet aantoonbaar effectief zijn. Dus een goed softwarepakket is heel wat waard. Wat ik van Salusys heb gezien, denk ik absoluut dat dat programma dat kan.”